De verlichting blogt ergens anders
De Verlichting blogt tegenwoordig ergens anders en wel op:
http://sjaalman.volkskrantblog.nl: de Volkskrantblog Sjaalman.
Groet, Sjaalman.
De Verlichting blogt tegenwoordig ergens anders en wel op:
http://sjaalman.volkskrantblog.nl: de Volkskrantblog Sjaalman.
Groet, Sjaalman.
‘Op 3 april 1922 verscheen het twee-wekelijks orgaan ‘Katholieke Staatkunde’ onder redactie van Dr. E.G.H. Verviers, privaat-docent in de economische en sociale politiek aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Men heeft hem wel de eerste fascistisch denkende politicius onder de Nederlandse katholieken genoemd.’ (Joosten, p.26) Deze ultraconservatief omarmde het fascisme (of beter: het ideexebngoed wat later onder die naam bekend werd) al toen Mussolini nog het socialisme vertegenwoordigde in het Italiaanse parlement.
“Het oude Europa had naar zijn zeggen, Godsdienst, Kerk, het gezag-bij Godsgenade, het militarisme en het kapitalisme afgeworpen en de chaos overgehouden. Om uit deze desolate toestand te geraken, moest er een politiek gevoerd worden volgens de katholieke beginselen.”(ibid., p.29) “De kritiek van Verviers richtte zich in dit eerste stadium voornamelijk tegen ‘uitwassen’ der democratie, zoal algemeen kiesrecht, evenredige vertegenwoordigong en vermenging van politieke en sociale actie, welke laatste steeds meer alle gezond, openbaar leven zou dreigen te verstikken. De sociale beweging ontaardde in ondermijning der maatschappelijke orde, daar deze de zogenaamde ‘politieke dagloner’ ten tonele voerde, die met zijn gestook en getwist de politiek en ook het verenigingsleven wist te bederven.”(!)(ibid, p.30)
De opkomst van het fascisme in Italixeb werd aanvakelijk sceptisch ontvangen, maar naarmate deze beweging succesvoller werd, konden ook de Nederlandse conservatieven, waaronder Verviers, hen wel waarderen. In Italixeb reageerde de katholieke kerk eveneens positief op de bewegingen van Mussolini. “Toen dan ook een Vaticaanse autoriteit als kardinaal Vannutelli zich openlijk in gunctige zin uitliet over het fascisme in Italixeb, haastte men zich deze lof ook aan zich te trekken. door te spreken over ‘onzen Italiaanschen geestverwant Mussolini’ en te wijzen op het fasisme als ‘de eerste proef met wezenlijke katholieke staatkunde’. Deze lof voor de duce culmineerde tenslotte in de beliljdenis, dat het Mussolini voor hen het symbool was der partij, die staat voor Christus en in uitspraken als deze: ‘Er is een zekere Mussolini gekomen en deze bracht naar Gods bestel, de redding voor Italixeb.”(ibid., p.32)
Conservatieve zakenlieden en intellectuelen hadden hier wel oren naar. Verviers verzamelde in die tijd een club gelijkgezinden om zich heen, maar ontbeerde evenals Lutkie de steun van het katholieke gezag in Nederland.
In deel 7 een uitstapje naar de Napoleontische tijd. Hoe groot was de invloed van Napoleon eigenlijk op de katholieke kerk?
Joosten begint zijn geschiedenis van het katholieke fascisme in Nederland met de herstelbeweging. Deze beweging is een reactie op de volgens conservatief katholieken verwerpelijke Franse Revolutie en is terug te voeren op de Restauratiebeweging uit de jaren ’30 van de 19e eeuw. Joosten noemt enkele katholieke periodieken die in het interbellum verschenen. Hierin werd geschreven over de gewenste maatschappelijke vernieuwingen waarmee de gaten die de Revolutie in de samenleving hadden geslagen konden worden gedicht.
Joosten begint zijn opsomming met het weekblad ‘Vreugde’. Kenmerkend van het blad (en daarmee voor de herstelbeweging) zijn volgens Joosten ‘het verzet tegen de bestaande maatschappelijke toestanden, de duidelijk beleden afkeer van de democratie en het aangeprezen leidersbeginsel, (…) symptomen van gedachten, die later karakteristiek zijn geworden voor het fescisme.’ (ibid, p. 26).
Met name het hoofdstuk ‘Onze Leider’ laat haar lezers weinig aan de verbeelding over. Er is volgens het blad, in onze samenleving xe9xe9n leider nodig, want, ik citeer: ‘dat waarborgt betere orde dan het democratisch bestel.’ (ibid., p. 22). Het bleef bij xe9xe9n nummer plus bijvoegsel gezien de heftige kritiek die het opriep bij de gevestigde katholieke orde. Een van de initiatiefnemers, de kapelaan Lutkie zou vanaf dat moment echter nog veel van zich laten horen.
Lutkie werd in zijn ideexebn gevoed door de Fransman Lxe9on Bloy die stelde dat de democratie ‘wezenlijk niets van doen heeft met morele deugden, evangelische strevingen, met christendom of godsdienst en ook niets met sociale strevingen.’(ibid., p.24). Democratie was volgens Lutkie slechts een afgoderij van het getal, een vervanging der ‘van God gegeven wijsheid’ door de dommekracht van de numerieke meerderheid.’ Wegens het gebrek aan steun van de gevestigde katholieke orde liet Lutkie zich in 1922 op eigen verzoek ontslaan uit zijn functie als dorpskapelaan door de bisschop van Den Bosch. Hij trok zich terug in Nuland als ‘priester-publicist’. Hij verzamelde gelijkgezinden om zich heen en propageerde het fascisme.
In 1922 is er dus geen sprake van een breedgedragen fascistische stroming. Het is echter niet denkbeeldig dat er meer sympathisanten van de herstelbeweging in de katholieke samenleving aanwezig waren dan algemeen wordt aangenomen. De prille democratie was minder vanzelfsprekend dan tegenwoordig en de hixebrarchie van de katholieke kerk liet weinig individuele vrijheden toe onder de katholieke geloofsgenoten. Lees ter vergelijking eens het betoog over gelijkheid in de islam door Anarchist/ toekijker : http://www.volkskrant.com/weblog/pub/blogs/entry.php?id=19486″: Allemaal slaven van God.
In het volgende deel de periodiek ‘Katholieke Staatkunde’ en de hoofdrol daarin van de Leidse docent Verviers.
De derde mysticus waar Theun de Vries in zijn werk Vox Humana over schrijft is William Blake. Deze 18e/19e-eeuwse Engelsman verenigde in zich een theoloog, een dichter en een beeldend kunstenaar.
Theun de Vries omschrijft Blake als een natuurtalent (hij begint al op 12-jarige leeftijd begint op hoog niveau te dichten en schilderen) dat zich in het losbandige Londen aan het eind van de 18e eeuw absoluut niet thuisvoelt. ‘De burgerij raast zich uit in excessen, die men gerust vulgair kan noemen. Deze teugelloosheid(…) kon in Engeland, (door het feit dat het een eiland vormt) nog onbedwongener zijn dan elders’ (Vox Humana, Van Loghum Slaterus, 1941, p.40). ‘Londen telt in 1800 meer bordelen dan kerken, scholen en hospitalen; vele daarvan zijn ingericht naar de eis van speciale geslachtelijke afwijkingen; sommige bevolkt met kinderen, met minderjarige jongens.’(ibid).
Tussen zijn stadgenoten leidt Blake een heremietenbestaan als graveur en bewonderaar van de groten der Renaissence, Michelangelo, Dxfcrer en Rafaxebl. Deze Blake, door zijn omgeving onbegrepen, trouwt een analfebtische vrouw, Catherina Butcher, die hij leert lezen en schrijven en zijn trouwste bewonderaar wordt. In het buitenhuisje in Felpham aan zee, van zijn andere bewonderaar, vriend en kunstminnaar Hayley kan hij naar hartelust en ongestoord dichten, tekenen en etsen. Hij componeerde ook, maar helaas zijn deze composities nooit op papier gezet (Blake beheerste het notenschrift niet). Blake was religieus, maar niet in de traditionele zin des woords. ‘Blake kent slechts de synthese, alle leven samengevat in een spel van goddelijke kracht.’(ibid, p.47).Ook de politieke ontwikelingen van dat moment parkeerde hij in zijn levensvisie.
De Franse Revolutie en de Amerikaanse onafhankelijksstrijd zag hij als symbolische, als visioenen van levensgeluk en bevrijding als een gigantische omwenteling der natuur! De Vries, die zijn sympathie voor het communisme niet onder stoelen of banken stak, neigt hierin de bewonderenswaardige Blake te zien als ‘een metaphysicus van een soort utopisch communisme.’ (ibid., p.47). Blake crexebert in Felpham met zijn gedichten en tekeningen zijn eigen wereld, een Utopia. Terug in Londen raakt hij verbitterd over de weerbarstige, ranzige werkelijkheid. uiteindelijk legt hij zich erbij neer en vanaf 1810 houdt hij het dichten voor gezien en stort zich op de tekenkunst. Wat Theun de Vries het meest in Blake intrigeert is zijn ongrijpbaarheid. Of zover hij het begrip mysticus in het algemeen stelt: ‘Voor den mysticus echter is geen grens, geen hoog of laag, geen ver of nabij.’(ibid., p.51).
Blakes pure ziel wordt door De Vries geillustreerd met zijn Infant Joy (uit de Songs of Innocence):
“I have no name:
I am but two days old’.
What shall I call thee?
“I happy am
Joy is my name”.
Sweet joy befall thee!
Bij Blake dan ook geen starre godsbeleving. Geen scheiding tussen goed en kwaad. God schiep dag en nacht. ‘Blake weet niet van gods-verrukking, hij kent alleen de verzoening, het opgeheven zijn in de harmonie der dingen.’(ibid., p.53). De Vries beschrijft met zijn schets van Blake de onbevangenheid die hij, wij het meest waarderen in de mens, maar die we zo weinig ontmoeten.
Dat de muziek van Bach van een andere orde is dan van een tijdgenoot als Domenico Scarlatti zal menig (amateur-) pianist niet zijn ontgaan. De huppelige, gevarieerde, vaak snelle, maar niet al te diepzinnige sonates van Scarlatti lijken maar weinig op de vaak ingetogen, complexe, vingerbrekende fuga’s uit Das Wohltemperierte Klavier en Die Kunst der Fuge van Bach.
Het is niet vreemd dat Theun de Vries hem in zijn Vox Humana (1941) heeft opgenomen als een van de drie door hem bewonderde mystici. De Vries verbaast zich over het alledaagse leven dat Bach leidde (als keurige burgervader van 20 kinderen) naast de onalledaagse schoonheid van zijn muzikale scheppingen…
In de tijd van Bach is muziek tot een heilige kunst geworden volgens de Vries. ‘Muziek is een wetenschap, een geheimleer, een religie voor adepten, waarin met moet worden ingewijd van stadium tot stadium.’(p.11) De Vries gaat zo nog even door met zijn verheerlijking van de muziek en de musici. ‘De meest abstracte kunst (…), het medium van iedere menselijke aandoening, maar daardoor ook in handen van charlatans een instrument voor de holster rhetoriek en de grofste psychische vervalsing.’(p.17)
En in het geval van Bach weet de Vries te vertellen dat ”de grenzen der lagere persoonlijkheid zijn vervaagd; een fundamentele wezenstrek, de drang naar verlossing en zekerheid, heeft haar zingende expresseie gevonden.’(p.18) Zijn scheppingen hebben ‘de magische verwantschap met al het levende, het aardse en het helse, met de lagere en de hogere werkelijkheid (…hier) heerst enkel de gesublimeerde tot rust gekomen geest, onbewust van zijn bovenmenselijke vrede.’(ibid.)
Geen pathetische toestanden zoals bij Ludwig van Beethoven. Geen gekunstelde taferelen als bij W.A. Mozart, nee, bij Bach louter onvertroebelde, eerlijke en verheven muziek. Het was deze schoonheid die Felix Mendelssohn in zijn leven ook tot een voorvechter van Bachs werken maakte en hem aan de vergetelheid ontrukte.
Theun de Vries maakt duidelijk dat Bach en zijn muziek twee verschillende dingen zijn. Hij zet hem neer als een door een hogere macht geinspireerde geest. Het on(be)grijpbare wordt iets bovennatuurlijks. Iets goddelijks? Nee, liever iets ongrijpbaars. Dat JS Bach tot op de dag van vandaag op veel muziekminners diepe indruk maakt moge duidelijk zijn.
De Internethumam.
Luyken
3 februari
De in 1649 geboren Luyken groeit op in Mokum. In een libertijns (lees: niet orthodox of dwangmatig religieus) nest groeit hij op. Tot zijn 26e zal hij als een onbekommerde vrijbuiter het leven verkennen. Hij blijkt ook nog eens prima te kunnen tekenen. Daarnaast is hij een verdienstelijk dichter. Een levensgenieter ontpopt zich, wat in die tijd inhield (een taveerneloper, een bezoeker van kolf- en kegelbanen, ook van petits maisons, ook van gemakkelijke vrouwtjes en van gezelschappen en van gezelschappen die zeker niet in zijn ouderlijk huis zouden zijn geduld. aldus Theun de Vries in zijn Vox Humana).
Na drie jaar huwelijk komt de kentering. De levensvraag doemt op: wat is de zin van dit al? Hij realiseert zich dat hij, zijn vrouw en zelfs zijn kinderen (waar er na zijn dood maar een van over blijft) zullen verouderen en uiteindelijk de confrontatie met magere Hein moeten aangaan.
En dan …springt hij in het diepe, of zoals de Vries zegt: Hij noemt het God, de grote zwijgende kracht, die hem heeft gegrepen en hem zwevende houdt boven de steilte. Niet de calvinistische staatskerk, maar de ondogmatische oerchristelijke mennistenvrome doctor Galenus Abramsz en de in Amsterdam wonende duitse advocaat Gightel, die het goed doet bij mystici en reformateurs bieden heil aan Luykens’ ziel. God neemt de rol in van de deernes uit de liefdesgedichten (O God! mijn schoonste Lief! dat ik u eenmaal zag!) Zijn vrouw overlijdt en met zijn zoon Caspar runt hij zijn etszaken. Van Amsterdam vertrekt Luyken naar Haarlem (hee!), en vervolgens naar Schellinkhout om niet te veel aan de stoffelijke geneugten des levens te hoeven blootstaan. Totdat hij in 1712 op 63-jarige leeftijd overlijdt, nadat hij afstand heeft gedaan van de aarde, de schoonheid en hun tegenstellingen, tot er niets meer rest dan het enkelvoudige loutere wezen dat zich zonder moeite kan overgeven aan de oneindigheid!
De schoonheid van een zorgeloze dood.
Meer over Jan Luyken
We onderbreken even de rode draad van Joostens proefschrift. De Poort van het leven van de Hongaarse auteur Ferenc Herczeg (‘http://www.ned.univie.ac.at/lic/autor.asp?paras=/lg;1/aut_id;26195/’) gaat over de strijd om de pauskroon aan het sterfbed van paus Julius II -Giuliano della Rovere- in 1513. Het Byzantijnse rijk is een halve eeuw eerder gevallen en de Ottomanen staan op het punt oost-europa binnen te vallen. Een wanhopige Hongaarse partiarch, Tamxe1s Bakxf3ckz de Erdxf6d, trekt naar Rome om daar een met charme-offensief de paustitel naar zich toe te trekken. Hij hoopt daarmee de Turken tot staan te brengen. In gedachten organiseert hij kruistochten tegen de oprukkende moslims om het geboorteland van de toekomstige paus te behoeden voor de ondergang. Hij heeft echter een zware weg te gaan. Zijn voornaamste obstakel is de Italiaanse oppermachtige paus Julius II die koste wat het kost het pontificaat in Italiaanse handen wil houden. Italixeb is in zijn ogen het laatstovergebleven restje beschaving in Europa. Een oase in een woestijn van barbaren. In zekere zin heeft hij wel gelijk. Qua ontwikkeling op wetenschappelijk en cultureel gebied steekt Italixeb dan met kop en schouders boven de rest van de christelijke wereld uit. Leonardo da Vinci, Michelangelo, de schilder Rafaxebl, Machiavelli en al die anderen die uit de ruif van Julius eten …
Daarnaast is Julius begonnen met de bouw van de St. Pieter, een project. De voorgang van de bouw ervan zal in handen van een niet-Italiaanse onzeker zijn. Er staat dus nogal wat op het spel.
Enfin, op zijn sterfbed nodigt Julius, de soldatenpaus, alle kardinalen uit die over zijn opvolging moeten stemmen en weet hen over te halen de Italiaanse kandidaat, Giovanni de Medici, te kiezen. Deze zal even later bekend worden onder de naam Paus Leo X(“http://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Leo_X”). Rome is gered. “De eeuwige stad, waaraan reeds zovele titanische handen tevergeefs geschud hebben, die niemand echter heeft kunnen omverwerpen, omdat haar wortels reiken tot in het hart van de wereld.” (Ferenc Herczeg, De Poort van het Leven (ned, vertaling Henriette Lindt, Antwerpen/ Amsterdam, p.144).
Wat er vervolgens met Hongarije is gebeurd laat zich raden. In 1526 wordt met de Slag van Mohxe1cs het land door de Turken overmeesterd en begint een 150 jaar durende bezetting.
De fascisten hadden het land aan de ‘verworvenheden’ van de Franse Revolutie. Vrijheid, gelijkheid en broederschap waren Mussolini een gruwel. Daarin stond hij niet alleen. Ook (een deel van) de katholieken wilden zich na de eerste wereldoorlog snel ontdoen van al die nieuwerwetse ontwikkelingen waarvan de liberalen en de socialisten de initiatiefnemers waren. Deze conservatieve katholieken verenigden zich in de ‘herstelbeweging’, een naam die overigens verwijst naar de restauratie, die de overwinnaars van Napoleon na 1815 in gang hebben gezet.
‘Meermalen is zekere verwantschap geconstateerd tussen katholieken en fascisme. Deze constatering had verschillende gronden. In de eerste plaats opponeerde immers het fascisme tegen de beginselen van de Franse Revolutie en met name tegen het beginsel der volkssouvereiniteit (…). De revolutie van 1789 had ook de katholieke kerk voor grote problemen op theologisch, wijsgerig en staatkundig terrein gesteld. Kerk en revolutie verschilden funcamenteel in hun opvatting over de bestemming van de mens. De ktaholieke kerk predikte de grootheid van de mens door onderwerping aan God, terwijl de revolutie de mens voorhield zijn geluk te zoeken in het aardse door het ontplooien van zijn eigen mogelijkheden.’ (Katholieken & Fascisme in Nederland,L.M.H. Joosten, 1964, herdruk 1982,Utrecht, p.17)
De katholieke kerk dreef verder af van de moderne samenleving die juist deze ontplooing van de mens hoog in het vaandel had.
Er moet worden gezegd dat deze houding van de katholieken in de Romaanse landen krachtiger was dan in de Germaanse landen: ‘Tot een principiele aanvaarding van de democratische staatsorde is de katholieke kerk (er) nooit gekomen. Het is ten hoogste uitgelopen op een modus vivendi.(ibid., p.18). Onder paus Leo XIII werden de teugels wat losser gelaten. Dit ‘modernisme’ werd tijdens het pontificaat van zijn opvolger Pius X weer sterk veroordeeld in de encycliek Pascendi van 8 sept. 1907. Een heksenjacht op modernisten was daarvan het directe gevolg, deze ketterjagers werden ook wel aangeduid als de ‘integralisten’. Het integralisme verstike aldus het katholieke intellectuele, culturele, sociale en politieke leven door zijn bestrijding van iedere vorm van eigentijdse geloofsbeleving- en uiting (…). Het keerde zich met name tegen alle neutraliteit, de democratie, het feminisme, de coxebducatie, de sexuele voorlichting aan de jeugd en alles wat zich progressief noemd ein de politiek, kunst of wetenschap, maar prees het leidersbeginsel warm aan.(ibid. p.19) In 1914 werd deze beweging sterk veroordeeld door paus Benedictus XV, het kwaad was toen al geschied en de conservatieve denkbeelden waren nog springlevend.
Hoe zit het nu eigenlijk met het katholicisme in Nederland?
In Nederland hebben de bisschoppen wel aan alle gelovigen het lidmaatschap van nationaal-socialistische bewegingen verboden, maar een dergelijke maatregel is nooit getroffen ten opzichte van fascistische groeperingen.(ibid.p.19)
Voor zover, donderdag meer over de aantrekkingskracht van het fascisme op het katholicisme in Nederland.
‘Daarom kan de staat zijn gezag ook niet ontlenen aan de individuen, maar slechts aan zichzelf. Het gezag is zijn onaantastbaar bezit. De staat is de eenheid van geest en wil van het volk, die niet gevormd wordt door de gezamenlijke individuen of een meerderheid van hen, maar door de xe9lite. Vandaar dat in deze conceptie grote betekenis wordt toegekend aan de hixebrarchie. Het fascisme vervangt de rechtsstaat- voorgesteld als de speelbal van individuen- door de machtsstaat. (…) Slechts de xe9lite is -naar fascistische opvattingen- bij machte inzicht in de superieure doeleinden van de staat te verwerven. Aldus werd de fascistische staat volgens streng hixebrarchische beginselen ingericht, waarbij de leiding uitging van de alle verantwoordelijkheid en macht dragende dictator, die op lager plan werd geassisteerd door zijn ministers en prefecten.‘(Katholieken & Fascisme in Nederland,L.M.H. Joosten, 1964, herdruk 1982,Utrecht, p.14)
Politiek was dus zaak van een elite, burgers vormden het productieleger. U kunt moeiteloos het woord staat door Rooms-Katholieke kerk vervangen zonder dat de waarheid geweld wordt aangedaan. De structuur en de hixebrarchie die zo kenmerkend voor het fascisme zijn, lijken sprekend op die der katholieke kerk, de paus en zijn bisschoppen aan het hoofd.
Mussolini noemde het fascisme zelf een religieuze conceptie, die de mens beschouwt in zijn betrekking tot een hogere wet, een objectieve wil, die boven het individu uitstijgt en het opvoedt tot de waardigheid van lid van een geestelijke gemeenschap.(…) Slechts een geloof kon-aldus Mussolini- inspireren tot de verhevenheid van denken en handelen, dis sommigen van zijn van zijn adepten hadden bereikt.(ibid. p.15) Het fascisme was meer dan een politieke beweging, het was een spirituele revolutie! Het fascisme was een geloof met aan het hoofd de halfgod Mussolini, die de rol van verlosser op zich nam.
(morgen: de Revolutie van 1789 en de herstelbeweging)
Wie de inleiding leest van het werk Katholieken & fascisme in Nederland wordt in de eerste bladzijden getracteerd op een uiteenzetting over het fascisme. Het onstaan, het gedachtengoed, de verspreiding en de greep naar de macht. Zonder tot in detail te willen treden zet de auteur, L.M.H. Joosten de essentie ervan neer. Zonder dat er een woord over het katholicisme is geschreven zijn er al vergelijkingen te trekken. Het opportunisme en het absolute gebrek aan democratie en aan individualiteit, ze zijn alledrie kenmerkend voor zowel het katholicisme als het fascisme. En natuurlijk hebben beiden hun wortels in Italixeb. De staat als absolute eenheid waar eenieder zich moet onderwerpen. Vervang staat door kerk en we zijn weer bij het katholicisme. Joosten geeft al veel weg in zijn inleiding.
Maar wat heeft dit nu van doen met Nederland?